Zoeken

Oplopende inflatie en de gevolgen voor lokale besturen

De covid-19 crisis zorgde voor heel wat verandering op economisch vlak. We pasten niet alleen onze manier van werken aan, maar daarnaast zagen we een duidelijke trend richting deglobalisering.


Door een haperende supply chain werden we verder geconfronteerd met leveringsproblemen, en het belang van zelfvoorzienendheid rond bijvoorbeeld voedsel en energie werd alsmaar duidelijker.


Om de gevolgen van de covid-19 crisis op te vangen werd de economie massaal gestimuleerd via budgettaire en fiscale impulsen. Hierdoor werd een directe impact grotendeels vermeden, maar ontstonden er ook negatieve effecten, zoals inflatie. In België bedraagt de inflatie voor 2022 bijna 9 procent [1], het hoogste niveau sinds maart 1983 en meteen koploper in de Eurozone.


Om te vermijden dat de inflatie verder ontspoort, zullen centrale banken de lage rentes opnieuw moeten verhogen. Te snel verhogen vergroot het risico op een recessie, terwijl te traag reageren het risico op het verder stijgen van de inflatie alleen maar versterkt. Kortom: een vertraging van de economische activiteit de komende jaren lijkt onvermijdelijk, en in dit artikel bespreken we de gevolgen ervan voor de lokale besturen in Vlaanderen.


  • Gevolg 1: stijgende kosten voor exploitatie, investeringen, financiering

De inflatie is duidelijk voelbaar. Gemeenten die komende jaren grote uitgaven gepland hebben, zullen hun budgetten nauwkeurig in het oog moeten houden. Vooral voor investeringen zien we dat dit een reëel risico vormt. Uit een bevraging van de Confederatie Bouw[2] blijkt dat de prijs van bijna alle bouwmaterialen de laatste drie maanden met 15 tot 25 procent is gestegen.


Inflatie zorgt in België ook voor een automatische indexering van de lonen en pensioenen. Voor 2022 ramen de gemeenten in totaal net iets meer dan 6 miljard euro aan personeelskosten uit te geven. In 2019, bij de opmaak van de originele meerjarenplannen 2020-2025, raamden ze de personeelskosten voor 2022 nog op 5,870 miljard euro. De toenemende inflatie zal de ramingen voor 2023 vermoedelijk nog hoger doen oplopen.


  • Gevolg 2: toename van het aantal leeflonen

Gedurende de crisis van 2008-2009 merkte veel lokale besturen een toename in het aantal leefloners. Op budgettair vlak mogen deze dan wel budgettair neutraal zijn, een toenemend aantal dossiers vertaalt zich in een hogere werkdruk binnen de sociale diensten.


Ook na deze periode vertaalden demografische wijzigingen, een afbouw van werkloosheidsvergoedingen en de vluchtelingencrisis zich in fors hogere leeflonen, gemeten als % leefloners in verhouding tot de bevolking van 18-64 jaar (PODMI, 22).


Een daling van de economische activiteit, in combinatie met de vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne, zal de komende jaren een voelbare impact hebben op de werkdruk van sociale diensten.


Grafiek: Aantal en percentage LL- Eq. LL onder de bevolking van 18-64 jaar (gegevens van januari van elk jaar)


  • Gevolg 3: toename van de rentelasten

De Vlaamse gemeenten betaalden in 2020 meer dan 200 miljoen (!) aan rente, commissies en kosten verbonden aan schulden[3]. Een stijgende rente zorgt voor hogere interesten op schulden, voor zover deze onderhevig zijn aan een variabele rente. Besturen die hun kredietlijnen weldra zien vervallen, zullen op zoek moeten gaan naar financiering tegen marktrentes die beduidend hoger liggen dan enkele maanden geleden.


  • Gevolg 4: daling van de reële ontvangsten

De meeste ontvangsten van lokale besturen worden geïndexeerd en veranderen dus ook in functie van de inflatie. Voor sommige ontvangsten is de stijging echter onvoldoende, zoals dat bijvoorbeeld voor het gemeentefonds – een belangrijke deel van de gemeentelijke ontvangsten – het geval is. Het gemeentefonds stijgt jaarlijks met 3,5% procent en lag de voorbije jaren dus te hoog in vergelijking met de inflatie. Voor dit jaar (en vermoedelijk ook de komende jaren) ligt het percentage te laag, en zal dit zorgen voor een reële daling van de ontvangsten en bijgevolg, de budgettaire saldo’s.


Om dit gegeven aan te kaarten, stuurde het VVSG recent een brief naar de Vlaamse regering [4].


Dan maar de belastingen verhogen?


Lokale besturen kunnen een antwoord bieden op de diverse uitdagingen door de belastingen te verhogen, maar dit ligt politiek (zeer) gevoelig. De voornaamste jaren was een verbetering van de financiële toestand van het bestuur een aanleiding voor het verlagen van de personenbelasting.


Een analyse op de twee voornaamste bronnen van inkomsten van lokale besturen, de aanvullende personenbelasting en de onroerende voorheffing leert ons dat er hier wel nog wat ruimte is, voornamelijk langs de zijde van de aanvullende personenbelasting [5] .



We kunnen concluderen dat lokale besturen voor heel wat uitdagingen staan. Een nauwgezette monitoring van de financiële risico's lijkt geen overbodige luxe. Om na te gaan hoe Power BI uw organisatie hierin kan bijstaan, kan u contact opnemen via info@deltapublic.com.


[1] https://www.tijd.be/politiek-economie/belgie/algemeen/belgische-inflatie-schiet-door-naar-8-97-procent/10392257.html

[2] https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/02/07/prijs bouwmaterialen/#:~:text=De%20prijs%20van%20bijna%20alle,bestuurder%20van%20de%20Confederatie%20Bouw. [3] https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1755258

[4] https://www.vvsg.be/nieuws/vvsg-vraagt-om-gemeentefonds-inflatiebestendig-te-maken

[5] https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/financiering/fiscaliteit/opcentiemen-en-aanvullende-belastingen/aanslagvoeten-opcentiemen-en-aanvullende-belastingen